cookieChoices = {}; Deventer Natuur

zondag 18 juni 2017

Anjers

Hoe mooi wil je het hebben. Een mooie zondag en tijdens een fietstochje in Deventer (ok, ik geef toe, vooral langs de wat meer ruderale delen (o.a. industrieterrein Kloosterlanden en het braakliggende gebied bij de Scheg),
Kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum, close up)
Kartuizer anjer, toch wel een droomsoort voor vele floristen.
Voorgaande jaren kon de soort ook worden gevonden in één van de leukere bermen van Kloosterlanden. Naar verluidt is de soort uitgezaaid (geen zekerheid overigens daarover). 
Het moet haast wel, want deze prachtanjer is voor het laatst in 1972 gevonden aan de oostrand van het IJsseldal (Bron: verspreidingsatlas).
Kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum, habitus)





Hoe dan ook, supermooi om te zien. Zeker ook met het geel van het Geel walstro (Galium verum).
Kartuizer anjer is een plant die zijn noordgrens zo'n beetje bij België heeft. Het dankt zijn naam aan de Kartuizer monniken die de plant gebruikten ter verzachting van reuma.

Waarom hebben we toch niet meer braakliggende en super schrale terreinen? 
Zandblauwtje (Jasione montana)
Wat is het toch een feest om enkele honderden bloeistengels van de Steenanjer te zien en gewoon midden in de stad, tussen een drukke sportfaciliteit, spoorbaan en weg in. Geflankeerd door tientallen Zandblauwtjes, nog zo'n schoonheid van de schrale graslanden. 
Steenanjer (Dianthus deltoides)
Staat als zeldzame soort in de verspreidingsatlas gemeld. Steenanjer schijnt wel eens uitgezaaid te worden, ik weet dus niet of dat ook bij de Scheg is gebeurd. 
Steenanjer (Dianthus deltoides)
Zou kunnen, de standplaats is wel een natuurlijke, met ook Zandblauwtje, Klein viltkruid, Rood zwenkgras en nog zo wat van die soorten van schrale zandige gronden. 

Ik ga op zoek naar nog meer van dit soort gebiedjes, de kleine hoekjes die er vanaf de straat nogal saai en kaal uitzien.

Gerrit Hendriksen



zaterdag 10 juni 2017

Geweld in het gras

Langzaam komt daar een wespachtige aangevlogen. Laag zoekend over de bladeren van Beemdooievaarsbek, Dauwbramen en lage eikjes. Op een van de bladeren van een Beemdooievaarsbek zit een snuitkever. De wesp valt de snuitkever aan. Het is gelukt om wat foto's te maken (helaas met de telefoon, dus de kwaliteit is matig). Even zoeken op internet levert op dat dit de Grote Snuittordoder (Cerceris arenaria) is.
Grote snuittordoder (Cerceris arenaria)
Blijkbaar wordt ook wel de naam Grote Knoopwesp gebruikt. Deze soort legt zijn eieren in kevers van de familie van snuitkevers.

  
Grote snuittordoder (Cerceris arenaria)
De wespen verlammen de snuitkever en vervoeren deze naar een nest, waar een eitje bij de kever wordt gelegd. Gezien de naam (arenaria) valt af te leiden dat er iets met zand moet zijn. De Grote snuittordoder hoort bij de familie van de graafwespen. 

Een erg leuk verhaal met erg leuke foto's is te vinden op de blog van Natuurkieker.nl. Daarin ook het verhaal over de goudwesp die weer parasiteerd op deze wesp. Wat een ecologie zeg. 

Gerrit Hendriksen

Zilvergras

Al eerder is in deze blog over gras geschreven. Eigenlijk kun je daarover niet uitgeschreven raken. In Nederland zijn er ca. 165 soorten. Helemaal duidelijk is het niet, er zijn soorten die niet meer gevonden worden en jaarlijks worden weer nieuwe soorten, al dan niet eenmalig, gevonden.
Een van die grassen is Zilverhaver (Aira caryophyllea), nu te zien op de wat drogere, voedserlarme, verstoorde zandige bodems. Dat type milieus komt nogal veel voor, waaronder in het stedelijk gebied. Denk maar aan wat hoger gelegen taludjes. Zilverhaver is meestal klein (4 tot 60 centimeter) en vrij goed te herkennen. De grootte en vooral ook de nogal losse bloeiwijze, omschreven als een ijle pluim.
Habitus Zilverhaver

Habitat Zilverhaver
Het groeit vaak in dichte polletjes. Nu te zien op diverse plaatsen in Deventer.

Gerrit Hendriksen 

zondag 4 juni 2017

'Cowboys en -girls' tussen de stenen

Tegels, stoepjes of, zoals in Groot Douwel, kleine verhogingen met straatstenen geven altijd leuke waarneming. Soms planten maar even zo vaak zijn er insecten te zien die zich daar erg thuis voelen. Al een aantal jaar zijn op de heuveltjes aan de Roodborst wat grondbewonende solitaire bijen te zien. Het zijn vooral de vrouwtjes die opvallen bij deze soort, met hun opvallende haren aan de achterpoten. Een betere titel zou dan ook cowgirl zijn. Het gaat om de soort Pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), waarvan er in Nederland 1 soort voorkomt.
'Cowgirl' Pluimvoetbij
Mannetje Pluimvoetbij
Vooral de wijfjes van de Pluimvoetbijen hebben opvallende lange haren aan hun achterpoten. Deze haren worden ondermeer gebruikt voor het wegschuiven van zand bij het maken van een nestholte welke tot 60 cm diep kan zijn en verschillende kamers kan bevatten. Een andere belangrijke functie is het verzamelen van stuifmeel. Andere bijen, waaronder de Rosse metselbij, gebruiken daarvoor vaak haren op de buik, ook wel buikschuier genoemd.
De Honingbij en diverse andere soorten hebben daarvoor korfjes.
Pluimvoetbijen zijn niet zeldzaam. Ze fourageren vooral op gele composieten en dan, volgens de literatuur, vooral in de ochtend. Blijkbaar wordt dan in de avond aandacht besteed aan het vinden van een geschikte nestholte, want deze foto's zijn rond 20.30 uur gemaakt.

Het leuke van dit soort waarneming is toch wel dat ze overal gedaan kunnen worden. Volgens de site wildebijen.nl is van deze soort in 2015 een kolonie voor het station van Hillegom ontdekt (zie de pluimvoetbijen pagina van wildebijen).

Gerrit Hendriksen

dinsdag 30 mei 2017

Fakkels in het gras

Helaas wordt er over het algemeen wat minder aandacht aan grassen besteed dan aan bijvoorbeeld madeliefjes, om een dwarsstraat te noemen. Best raar om te bedenken dat grote delen van de wereldbevolking grassen dagelijks op het menu hebben staan, althans hun zaden. En daarvoor moet er toch een vorm van (geslachtelijke) voortplanting plaats vinden. Dat grassen bloeien dat weten een heleboel mensen wel, of liever gezegd merken een boel mensen wel. Er is zelfs een pollenradar.
Dat grassen bijzonder mooi kunnen zijn is nu volop te zien. Naar een van die soorten verwijst de titel van de blog, Fakkelgras (Koeleria Macrantha).
Smal Fakkelgras, bloeiwijze

Misschien verdient het een getraint oog, maar als je het eenmaal op het netvlies hebt, dan is het erg leuk om telkens weer nieuwe groeiplaatsen van het gras Fakkelgras te ontdekken. Overigens gaat het hier om Smal Fakkelgras. Er is namelijk ook nog een Breed Fakkelgras, maar die is zeer zeer zeldzaam.
Smal Fakkelgras, habitus
Als het gras niet al te kort is gemaaid, dan is Smal Fakkelgras te zien langs de Nico Bolkesteinlaan, bijvoorbeeld.

Anders dan andere grassen langs genoemde laan (veelal Kropaar, Witbol en Glanshaver) is Smal Fakkelgras een redelijk laag blijvend gras, meestal niet hoger dan 50 cm.
Wat opvalt is de nogal gedrongen bloeiwijze van dicht op elkaar staande aartjes, maar ook weer niet zo dicht dat het een ondoorzichtige pluim is.

Veel plezier met het zoeken naar Smal Fakkelgras. Dat moet lukken, want heb blijft nog redelijk lang goed vindbaar.

Gerrit Hendriksen

zondag 30 april 2017

Tasjes en kruid

Veel voorkomend en toch best wel onbekend eigenlijk, Klein tasjeskruid ofwel Teesdalia nudicaulis. Iedereen kent het grotere tasjeskruid, het Herderstasje (Capsella bursa-pastoris). Te zien aan de wetenschappelijke namen, dus niet hetzelfde geslacht als Klein tasjeskruid, wel dezelfde familie, namelijk de kruisbloemigen. Dat laat de foto van het bovenaanzicht goed zien.
Bovenaanzicht Klein tasjeskruid
4 Kroonblaadjes en als goed gekeken wordt, 6 meeldraden. Verder natuurlijk de zaden, hauwen in dit geval (want kleiner dan 3 keer zo lang als breed).
In tegenstelling tot Herderstajes is Klein tasjeskruid maar een deel van het jaar goed zichtbaar. In het voorjaar.  Naast de duidelijke 'tasjes' als zaden is zeer kenmerkend voor Klein tasjeskruid het rosetje (slechts een cm of 2) van perfect gelobde blaadjes. Klein tasjeskruid is te vinden op droge, voedselarme, zure, kalkarme zandgrond op bijvoorbeeld dijken, maar ook in akkers, heide, graslanden en bermen. 
 
De gelobde blaadjes van Klein tasjeskruid
Zijaanzicht Klein tasjeskruid
Kijk dus in het voorjaar op voornoemde plaatsen op open delen maar eens naar iets wat op een herderstasjes lijkt, maar dan een stuk kleiner.

Gerrit Hendriksen

zondag 9 april 2017

Overnachten aan een kelk

Dat insecten aan of in bloemen overnachten is niet heel nieuw. Vooral bekend zijn de klokjesbijen die in de klokjes van diverse Campanulaceae overnachten. In de bergachtige gebieden zijn er zelfs soorten die zich laten insluiten als de bloemen van bepaalde soorten dichtgaan tegen de nachtelijke koude. Die klokjes bloeien nu nog niet, wel de Pinksterbloem (Cardamine pratensis).


In de periode dat de Oranjetipjes (Anthocharis cardamines) vliegen kun je dan ook slapende vlinders tegenkomen, hangend aan de kelk van de pinksterbloem. Hier rechts een vlinder (een mannetje (het oranje van de bovenvleugel is zichtbaar)) die zich klaar maakt voor de nacht (foto is rond 19 uur gemaakt). 

Links een foto met de dauw nog op de bloemen. Die nacht een zeer koude nacht geweest (rond vriespunt).

Nu dus te zien zowel in de avond als in de ochtend.


Gerrit Hendriksen