cookieChoices = {}; Deventer Natuur

zondag 8 april 2018

Zout aan de rand

"Zout aan de rand", "van de weg" moet er nog achteraan heeft diverse effecten op de natuur. Een zoektocht op internet geeft aan dat bomen kunnen verdrogen en diverse soorten het niet meer halen. Echter het heeft ook een zekere verrijking in de flora tot gevolg. Zonder zoutstrooien geen zogenaamde halofiele soorten in het binnenland. Uiteindelijk kan geen enkel organisme tegen teveel zout, en zijn er altijd beschermende maatregelen nodig om te voorkomen dat alle vocht uit het organisme wordt onttrokken. Echter als die maatregelen voldoende zijn, dan is het wel zo dat een soort een betere concurentiepositie ten opzichte van andere soorten heeft. Een van die soorten, elke nu volop bloeit in de wegbermen van wegen waar veelvuldig met zout wordt gestrooid is het Deens lepelblad, Cochlearia danica.
Deens lepelblad, Cochlearia danica
Kijk eens naar de randen van de wegen. Daar is een wit tapijt te vinden van lage wite bloempjes, meestal minder dan 10 cm. Tot aan de jaren 70, toen er nog geen sprake was van grootschalige gladheidsbestreiding, was Deens lepelblad alleen vindbaar aan de kust. Dat is zijn natuurlijk standplaats, kwelders, zeedijken en groene stranden.
Op verspreidingsatlas.nl is de toename van de verspreiding vanaf 1980 bijvoord beeld prachtig te illustreren door gebruik te maken van de datumverschuiver (timeslider) aan de linkerkant van het kaartje (het oranjelijntje). Daar zie je dat vanaf 1979 de verspreiding van Deens lepelblad, landinwaarts, is toegenomen.

Kijk er eens naar als u voor het verkeerslicht staat of met de fiets vlak langs een van de drukke wegen van Deventer fietst (Snippeling bijvoorbeeld). In de rand daar staan ze. Ze zijn nauwelijks te verwarren met andere soorten, hooguit met het veel zeldzamere Echt lepelblad of zijn ondersoort Engels lepelblad, deze komen echter niet in Deventer e.o. voor, maar zijn beperkt tot de kust en dan met name Noord-Holland.

Het aardige is dat deze soort net als veel andere soorten kruisbloemigen die in het voorjaar bloeien rijk is aan vitamine C. 

Deens lepelblad (Cochlearia danica)

Gerrit Hendriksen

dinsdag 2 januari 2018

Borstels op het zand

De laatste jaren hebben diverse ingrepen plaatsgevonden in gebieden dichtbij de beken die rondom Deventer liggen, waaronder de Zandwetering. Meestal om zogenaamde hoogwaterretentie gebieden te creëren. Om de waterberging van de beken te vergroten, of volgens de website van de gemeente Deventer 'Het waterschap wil graag toe naar een duurzamer watersysteem. Daarbij wordt het water langer in het gebied vastgehouden. Dat biedt ook kansen voor verdere verbetering van de natuur.' En dat is goed te zien. Naast het weer laten meanderen van de weteringen worden ook veel laagtes aangelegd. Die laagtes zijn botanisch interessant. Een van de eerste soorten die zich vestigt is de Borstelbies. Borstelbies is één van de Cypergrassen, grasachtige planten met een afgeplatte tot 3 kantige, met merg gevulde stengel.
Borstelbies (Isolepis setacea)
Borstelbies is vrij zeldzaam in Nederland, en niet of nauwelijks te vinden op veen of klei. Dat is mooi te zien op het verspreidingskaartje. Het wordt echter door de grootte (meestal kleiner dan getoonde foto's, minder dan 10 centimeter hoog) en bij wat meer begroeiing nogal eens over het hoofd gezien. Bij een volledige gesloten vegetatie zal Borstelbies verdwijnen, het is een echter pioniersoort met als kenmerk dat het zaad langlevend is.
Borstelbies (Isolepis setacea)
Zoals te zien op bijgevoegde foto's staat Borstelbies direct op het zand. Op de plek waar de foto's zijn genomen stond eigenlijk alleen hier een daar een zaailing van een Wilg (Salix spec.) en hier en daar Lidrus (Equisetum palustre).

Gerrit Hendriksen

donderdag 28 december 2017

Goud en hartje

Goudvink (man) op knoppen van Hartjesboom
Op zich een combinatie die vaak voorkomt, "Een hart van goud", een "gouden hartje" of zoals in deze tijd van het jaar Goudvinken (Pyrrhula pyrrhula) op de Hartjesboom, Katsuraboom, Judasboom (al schijnt dat een andere soort te zijn) of Keukenboom (Cercidiphyllum japonicum) zie Neerlands Tuin voor meer informatie. Die Hartjesbomen, daar staan er een aantal van in mijn wijk de Douwel en wel in het vogeldeel van de wijk (helaas is er geen straat die Goudvink heet) en toevallig ook 1 voor mijn huis, zo ongeveer. In de winter van 2013 zijn bijgaande foto's gemaakt, idyllisch met een laagje sneeuw op de takken en dan zo'n goudvink, zo'n "once in a lifetime" foto. Ik dacht overigens eerst dat het peultjes waren, maar goudvinken eten in deze tijd van het jaar verse knoppen (van bijvoorbeeld Meidoorn of de Hartjesboom dus). Zoeken op internet naar Hartjesboom levert overigens op dat de soort (uit Japan) behoort tot de orde der Caryophyllales, waartoe onder andere de Anjerachtigen behoren. Ah, die hebben helemaal geen peultjes, al wordt er op diverse sites wel over gesproken, beetje verwarrend. De boom schijnt ook wel keukenboom te worden genoemd naar de caramelachtige geur die het in de herfst verspreid (toch eens op letten).

Goudvink (vrouw) op knoppen van Hartjesboom

Wat opvalt is dat de boom niet ieder jaar van die 'peultjes' heeft. 2013 dus wel, en nu dit jaar ook weer. Vandaag zag ik dan ook weer Goudvinken op een van de Hartjesbomen. Heerlijk, als ze er net zo lang over doen als in 2013 betekent dat weer een aantal weken dagelijks goudvinken zien. In wisselende samenstellingen herinner ik mij. Vandaag waren het er 8, 4 stellen. Geweldig om te zien. In 2013 is het me ook gelukt om het vrouwtje goed te fotograferen.  In het Engels wordt de Goudvink Eurasian Bullfinch genoemd. Daar zit wat in natuurlijk. Het is een forse vogel (volgens de site van de vogelbescherming een plompe vogel met een dikke nek. Tja).

Gerrit Hendriksen

zondag 8 oktober 2017

Aardsterren

Oktober en tijd voor Tamme kastanjes. Heerlijk, rauw zoals ik dat gewend ben.
Ten zuiden van Nederland zijn ze er gek op, in een potje, bij wild of als taart; marron; châtaignier ; châtaignier commun heten ze dan.

Feitelijk mag het niet meer, kastanjes rapen, je bent immers van het pad. Het allergrootste nadeel is dat je dan nogal wat mist. Zoals aardsterren. Toch wel een van mijn favorieten onder de paddenstoelen. De groep is gemakkelijk herkenbaar vanwege hun bijzondere uiterlijk. Op allesoverpaddenstoelen.nl staat een mooie uitleg hoe het uiteen buigen van een deel van het vlies van deze buikzwammen werkt.
Gekraagde aardster (Geastrum triplex)

Gekraagde aardster (Geastrum triplex)
De gekraagde aardster is een algemene soort en vooral te vinden op plekken met een matig vochtige tot droge bodem, veelal in bossen.

Gerrit Hendriksen

zondag 3 september 2017

Oranje springzaad

Oranje springzaad (Impatiens capensis)
Soms dan gebeurd het dat je weet dat een soort bestaat maar hem nog nooit gezien hebt. Gisteren gebeurde mij dat. Ik had een paar maanden geleden de zoekkaart springzaden van het FLORON gedownload en gelezen. Naast het enige inheemse springzaad Groot springzaad (Impatiens noli-tangere) komen er nog minstens 6 andere soorten voor, waaronder de welbekende Reuzenbalsemien (Impatiens grandulifera). Daarnaast waren in ieder geval nog Klein springzaad (Impatiens parviflora) en Tweekleurig springzaad (Impatiens balfourii) bij mij bekend.
Tja en dan loop je maar weer eens een route die je al 10-tallen keren hebt gedaan en sta je ineens oog in oog met een die je alleen van een plaatje kent. In dit geval dus Oranje springzaad (Impatiens capensis). Altijd heb ik wel iets van een camera bij me, maar deze keer dus niet (gelijk gestraft dus). Dat maakte het natuurlijk wel mogelijk om op een heel mooi moment op een zonnige ochtend en na een koude nacht nog eens te gaan kijken.

Oranje springzaad
Mooi licht en dauwdruppeltjes, een prachtige soort. Ik moet zeggen die springzaden zijn sowieso wel fotogenieke planten. Zoals gezegd, Groot springzaad (o.a. te vinden op landgoed de Bannink) is een inheemse soort. Op Oranje springzaad na, komen de overige springzaden uit Azië. Oranje springzaad vind zijn oorsprong in Noord-Amerika, zie ook het verspreidingskaartje op de site wilde-planten.nl.

Vermeldenswaardig is tevens de wetenschappelijke naam, Impatiens is gelijk aan ongeduldig. De Nederlandse naam verwijst daar ook naar, springzaad. De zaden worden bij rijpheid gekatapulteerd na aanraking, wat tevens ervoor zorgt dat een aantal van de springzaden een invasief karakter hebben (Reuzenbalsemien en Bont Springzaad) (Bronnen: Wilde-planten.nl en verspreidingsatlas.nl).

Een kennis van mij wees mij er overigens op dat de zaden van Reuzenbalsemien uitstekend te eten zijn. Rauw smaakt het nootachtig (probeer maar eens (alleen de zaden, niet het omhulsel)), geroosterd kan het als decoratie worden gebruikt, zie ook volgend recept. Ook hier geldt "If you can't beat them, eat them". 

Gerrit Hendriksen

zaterdag 2 september 2017

Tandzaden

Riviertandzaad (Bidens radiata)
Tandzaden zijn nazomer bloeiers. Als de dagen weer korter worden gaat deze soort bloeien. Ze zijn nu dan ook op zijn mooist. Door de ligging van Deventer zijn verschillende soorten te vinden. Veerdelig tandzaad (Bidens tripartita), Knikkend tandzaad (Bidens cernua), Zwart tandzaad (Bidens frondosa) en het aan de rivieren gebonden nogal zeldzame Riviertandzaad (Bidens radiata). 

De naam doet al vermoeden dat de zaden nogal karakteristiek zijn en dat klopt ook. De meeste composieten hebben een pappus van haren. De pappus is goed te zien als de zaden van de paardenbloem rijp zijn om verspreid te worden door de wind, het zogenaamde parapluutje is de pappus. 
Tandzaden hebben een pappus van 2-4 tanden! Dus even wat anders dan een parapluutje zeg maar. Op de zadenbank van de Rijks Universiteit Groningen is goed te zien wat de verschillen zijn tussen de verschillende soorten tandzaad

Op dit moment staan rondom de Veenoordkolk en de Teugse kolk de hierboven genoemde tandzaden volop te bloeien, dus ook de zeldzame riviertandzaad.
Knikkend tandzaad (Bidens cernua)

Veerdelig tandzaad (Bidens tripartita)

Gerrit Hendriksen

Engelse alant

Engelse alant (Inula brittanica) is niet direct een naam waarbij je aan een plant denkt. Het is er wel één en één uit een geslacht waarbij de Nederlandse namen nogal uitzonderlijk zijn, Donderkruid bijvoorbeeld, of Griekse alant.
Engelse alanten langs de IJssel
Volop te zien op het moment in de uiterwaarden en vooral dicht bij de rivier. De soort is hoofdzakelijk gebonden aan de grote rivieren in Nederland. Dat is heel goed te zien op het verspreidingskaartje. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden komt de soort vrijwel niet voor in het Verenigd Koninkrijk.
Engelse alanten in de uiterwaarden bij Deventer

Het bijzondere van de plant is dat de bloemen polygaam zijn. Ofwel er zijn bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen.

De soort is gebonden aan gebieden die voedselrijk zijn en periodiek overstromen. Dat verklaart direct zijn zeldzaamheid in Nederland in het algemeen. Echter rondom Deventer en in het gehele rivierengebied komen deze condities nog al eens voor.

Gerrit Hendriksen