cookieChoices = {}; Deventer Natuur

zondag 21 april 2019

Muurbloem in Deventer

Muurbloem op de muur van de Bergkerk
De Muurbloem (Erysimum cheiri) is een iconische soort van oude muren. Er zijn niet heel veel plaatsen in Nederland waar de Muurbloem voorkomt, behalve dan in tuinen. Van nature komt de soorte in een aantal steden voor, waaronder Kampen, naar verluid de meest noordelijke groeiplaats.
In 2012 is de Muurbloem weer in Deventer te vinden, de soort is terug gekomen via het 'project herintroductie Muurbloem'. 

De muurbloem komt vermoedelijk oorspronkelijk uit het oostelijk Middellandse Zeegebied en is door de Romeinen in grote delen van Europa ingevoerd als sierplant en geneeskruid. De Muurbloem is een landelijk zeldzame plant die in onze contreien uitsluitend voorkomt op oude (stads)muren en ruïnes. In de bloeitijd van de muurbloem (april-juni) kleuren de muren met deze soort goudgeel van kleur. De muurbloem heeft de grootste bloemen van de familie kruisbloemigen van het land.
Detail Muurbloem

De muurbloem heeft een voorkeur voor zeer oude, verweerde muren die met zachte kalkspecie zijn gemetseld en gevoegd. Normaal gesproken staat zij niet op de loodrechte delen van de muren, maar op muurkronen, uitspringende randen en scheefgezakte delen.

Over het proces van het uizetten van de Muurbloem in Deventer is een artikel geschreven in het Vakblad voor Natuur, Bos en Landschap. Het artikel is te vinden en te lezen via het biobliotheek systeem van Wageningen UR, via de volgende link.

Muurbloem op Wellekade
Er is redelijk wat publiciteit rondom de Muurbloem, zoals ook op 21 april 2019 in het radio programma Vroege Vogels. In een specifiek deel van de uitzending (volg de link naar de podcast) is één van de initiatiefnemers van de herintroductie in Deventer aan het woord over de moederpopulatie van de Deventer Muurbloem, te weten die in Kampen.

KNNV Deventer houdt het wel en wee van de Muurbloem nauwlettend in de gaten in samenwerking met de stadsecoloog van Deventer.

Gerrit Hendriksen

zondag 31 maart 2019

Ster van Betlehem

Ik ben dit voorjaar niet direct heel religieus geworden, maar ik moet zeggen de Engelse naam Star-of-Betlehem is toch wel erg gaaf voor één van 's Neerlands echte inheemse bolgewassen die ook nog eens veel in Deventer zijn te vinden en wel op dit moment, in maart (het hoogtepunt van de bloei is toch wel half maart). De bloeiperiode is heel kort, waardoor het zaak is even een paar weken intens te genieten van deze prachtige bloemen soms als een zee te midden van Grote sneeuwroem (Chionodoxa forbesii).
Weidegeelster tussen Grote sneeuwroem in het Rijsteborgherpark

Eigenlijk is de Star of Betlehem gereserveerd voor de Bosgeelster (Gagea lutea) en heet dan Yellow Star-of-Betlehem en de Akkergeelster (Gagea villosa), ofwel Hairy Star-of-Betlehem.
Bosgeelster komt naar waarschijnlijkheid niet voor in de buurt van Deventer, Akkergeelster en Weidegeelster (Gagea pratensis) daarentegen wel.

Weidegeelster (Gagea pratensis)



De Weidegeelster is niet behaard, heeft bladeren smaller dan 1 cm en heeft meestal een roodbruine bladvoet. Weidegeelster heeft 1-6 lang gesteelde bloemen in een scherm boven 2 schutbladen. Weidegeelster komt op veel plekken in de oude parken van Deventer voor, ook langs een aantal wegen en kleinere parkjes is de soort bij voorkeur rondom boomvoeten te vinden.

De Hairy versie dankt zijn naam aan het feit dat, jawel de plant behaard is. Dat is echt heel erg duidelijk te zien. De Akkergeelster heeft een behaarde steel en zelfs bloemdekbladen (bij bolgewassen wordt niet gesproken over kelk- en kroonbladen maar over bloemdekbladen). De bloeiwijze van de Akkergeelster bevat tussen 5 en 15 bloemen per scherm, ook weer voorzien van schutbladen. Opvallend zijn de iets puntiger en kleinere bloemen dan de Weidegeelster.
Akkergeelster (Gagea villosa)
Het is zoeken naar Akkergeelsterren tussen de vele malen vaker voorkomende Weidegeelsterren. Als dan ook nog het Speenkruid massaal aan het bloeien is dan is het helemaal goed zoeken. Zeker ook omdat Akkergeelsterren gewoon niet zo heel algemeen zijn. Een citaat uit de Nederlandse Oecologische Flora (4:277): "Enige tientallen jaren lang werd de Akkergeelster gedoodverfd als een uit ons land verdwenen soort. Vanaf 1969 bleek gaandeweg dat zij helemaal niet voor de Nederlandse flora verloren was, maar dat het alleen erop aankwam op de juiste plekken te zoeken." Dit geld ook voor Deventer. Tot voor een jaar of 5 geleden was niet bekend dat deze soort te vinden is. Voor zover bekend is er buiten het Rijsteborgherpark en het Worpplantsoen maar 1 andere plaats met Akkergeelster.

Het fraaie van Deventer is dat het voor Weidegeelster en Akkergeelster zo'n beetje in het hart van het verspreidingsgebied van beide soorten ligt. Rondom Deventer is de Weidegeelster zeker niet heel zeldzaam. Akkergeelster is overal redelijk zeldzaam, zelfs in het hart van het verspreidingsgebied is het goed zoeken naar de Hairy Star-of-Betlehem.


Gerrit Hendriksen

donderdag 20 december 2018

De Welle en de Poelruit

De Wellekade is een bijzonder deel van de stad die bloot staat aan onder andere het water van de IJssel. De IJssel heeft een behoorlijke invloed doordat de kade wel eens overstroomt (jaarlijks) waardoor er in floristische zin allerlei verrassingen kunnen voorkomen en dat is mooi materiaal voor een serie. Deze aflevering gaat over een soort die grote pollen kan vormen en veel kan worden gezien in de uiterwaarden, de Poelruit, ofwel Thalictrum flavum. Op de Wellekade is één plant te vinden en wel vlakbij het merkteken met waterstanden, dus aan de kant van de Wilhelminabrug. Volgens https://www.verspreidingsatlas.nl/1275 groeit de Poelruit op “zonnige tot licht beschaduwde plaatsen
op natte tot zeer vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze en vaak kalkhoudende grond.” Dus niet op een stenige ondergrond. Kalkrijk zou overigens wel kunnen kloppen, daar op die muur bij het Pothoofd, maar humeus nou niet direct en al helemaal niet vochtig en nat. Toch staat de plant er al het hele jaar, ondanks de verschroeiend hete zomer. Poelruit is algemeen, zoals het kaartje op reeds genoemde site laat zien, zeker in de uiterwaarden van het rivierengebied. Met hoog water moeten zaden een goede bodem hebben gevonden. Daar de zaden kortlevend zijn (minder dan 1 jaar), moet het met het laatste hoogwater mee zijn gekomen vanuit de uiterwaarden stroomopwaarts. Het is op de foto niet te zien dat er nog meer soorten op dezelfde plek staan, dat zou namelijk een verklaring kunnen zijn voor enige vorming van humus. Volgend jaar wordt zeker weer gekeken of de plant er nog staat, zeker als er geen ‘schurend’ hoogwater komt is er best wel een kans dat er dan misschien ook wel bloei gaat komen. Over die bloeiwijze gesproken.

De bloeiwijze van de Poelruit is een eigenaardige bloeiwijze die eigenlijk alleen maar bestaat uit lange meeldraden, met lichtgele helmknoppen. De zeer smalle, geelachtige bloemdekbladen vallen af zodra de bloem gaat bloeien. Omdat de meeldraden zo lang zijn is het een opvallende verschijning in de uitwaarden, zeker ook omdat de planten tot 90 cm hoog kunnen worden.

Gerrit Hendriksen

zondag 21 oktober 2018

Asters aan de kade

Smalle aster aan het Pothoofd, met op de achtergrond de Lebuïnuskerk
Het is herfst, nou ja, nog bijna 20 graden zo half oktober 2018. Langs de IJssel struinend zie ik een prachtige pol asters staan. Smalle asters zijn hier en daar op de kribben en de stenige rivierbescherming te vinden vaak samen met Engelse alant (die blijkbaar vorig jaar alles heeft gegeven wat het had, dit jaar nauwelijks één te zien namelijk). Goed die kribben en die asters. Vlakbij de Wilhelmabrug, zo ongeveer ter hoogte van het locatie Pothoofd staat prachtig in de uiterwaarden een pol Smalle aster. Smalle aster (Aster lanceolatus/ontarionis) is een exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant) uit het noorden van Amerika (Verenigde Staten en Canada) wat het tweede deel van zijn wetenschappelijk naam verklaard. Diverse indianen in het noorden van Amerika gebruiken Smalle aster bij koorts, wonden en bloedneus.
In het oorspronkelijke verspreidingsgebied worden 5 ondersoorten onderscheiden (zie efloras.org). Omdat er in de Heukels' maar 1 soort is beschreven is nu niet duidelijk welke ondersoort dit zou moeten zijn. Dat vergt wat nader onderzoek, misschien dat ik daar nog eens op terug kom.
Overigens heet het geslacht in VS en Canada Symphyotrichum.
Op verspreidingsatlas.nl staat er s.l. achter de NL naam, wat betekent Sensu lato, ofwel in brede zin. Alienplantspecies.be (bezoek die site, erg veel informatie) geeft aan dat er weinig bekend is over de exacte verspreiding van de soort en welke er nu eigenlijk zijn. Het geeft wel aan dat vooral de Smalle aster veel meer voorkomt dan andere soorten uit dat genus.
Wat in ieder geval zeker is dat de soort vooral langs de rivieren voorkomt, daar zijn de kribben dan weer.
Aster lanceolatus, close up
Net als de in tuinen voorkomende Herfstaster is ook deze aster in trek bij bijen (in het geval van bovenstaande foto is er nog een honingbij te zien.

Geniet ervan zolang het nog niet heeft gevroren, het is een mooie soort.

Gerrit

dinsdag 28 augustus 2018

Daar ligt ie dan

Het najaar is de tijd van de ganzenvoeten. Graag ga ik dan met de plantenwerkgroep lekker langs de uiterwaarden struinen en kom je al die leuke ganzenvoeten tegen. Maar ook in de stad zie je regelmatig diverse soorten ganzenvoeten, zoals ook deze Liggende ganzenvoet.
Al een aantal jaar staat op een bepaald deel van een straat in Deventer diverse planten van de Liggende ganzenvoet (Chenopodium pumilio), liggend, niet direct op die paar planten na waaroverheen gelopen wordt. Deze soort behoort samen met Druifkruid en Welriekende ganzenvoet tot het (sub)genus Dysphania, de beklierde ganzenvoeten.

Liggende ganzenvoet is van oorsprong afkomstig uit Australië en Nieuw-Zeeland en wordt ook tot de wol-/graanadventieven gerekend. Volgens de website alienplantsbelgium (waar de soort overigens Dysphania pumilio wordt genoemd) wordt de soort veel waargenomen in havens, op spoorwegemplacementen en in de buurt van graanverwerkingsbedrijven. Blijkens de genoemde site is het een soort die efemeer is, ofwel kan zichzelf maar zeer kort handhaven. Nou .... dat valt te bezien, mijn eerste waarneming op dezelfde plek is zeker al 5 jaar geleden. Bovendien is aan de titel van de blog op stadsplanten.nl met de naam "al tien jaar liggend aan de voet van de kerk" op te maken dat 10 jaar toch best al een tijdje is. Binnen het stedelijk gebied handhaaft de soort zich echter prima en kan het als een ingeburgerde soort worden beschouwt.
In Nederland is de soort vooral te vinden op de zandstrandjes langs de grote rivieren. Het is een uitgesproken warmteminnende pionier van stikstofrijke verstoorde bodems. Even verderop in de straat is in verband met bouwwerkzaamheden 'gerommeld'. Daar zijn ze dan ook niet 15 cm hoog, maar zomaar een halve meter. Het effect van de standplaats is vrij duidelijk. In het verrommelde deel hebben de planten alle ruimte en liggen ze zeker niet, zijn de planten zelfs groot te noemen, met een mooie driehoekige vorm.
Dé verschillen tussen zijn directe verwant waar de soort erg op lijkt, Druifkruid (Chenopodium botrys), zijn de compacte ronde kluwens met bloemen in de bladoksel en de gele klierharen op de onderkant van het blad. De vaak liggende habitus is bij deze populatie bepaald niet het meest opvallende kenmerk.

zaterdag 28 juli 2018

Varkensgras maar dan toch anders

Diverse keren kom je er voorbij zonder het op te merken. Dan opeens .... he, wacht even wat is dat daar tussen de tegels. Het ziet eruit als Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare), een soort die iedere florist gezien heeft en kent, die zelfs iedere burger in Nederland gezien heeft, maar mogelijk niet weet dat deze bestaat. Het kaartje op verspreidingsatlas.nl toont wel aan dat die bewering haast waar moet zijn. Echter de soort waarover deze blog gaat heeft een donkere vlek op de bladeren. Bovendien, bij nadere inpectie ziet de soort er ook net iets anders uit. Euphorbia maculata).
Groeiplaats van Gewone varkenskers look-a-like
Zoals de gewoonte is, trek ik een stukje van de plant om het beter te kunnen bekijken (zoals hierboven te zien is, is dat beter dan met mijn neus op de tegels liggen) en ik zie direct dat er een witte druppel aan de stengel hangt, hé, dat moet een wolfsmelk zijn. Kan niet anders zijn dan Straatwolfsmelk (Euphorbia maculata). Het kaartje op verspreidingsatlas laat een heel ander beeld zien dan dat van Gewoon varkensgras, vele malen minder algemeen, en voor Deventer zelfs de eerste. De soort is zoals gezegd toch ook best anders, zoals volgende foto's laten zien.
Straatwolfsmelk Euphorbia maculata, detail opname

Straatwolfsmelk (let op de donkere vlek op de blaadjes, aan de linkerkant goed te zien)
De combinatie van het gevlekte blad (zie foto hierboven) en de regelmatige beharing van de vrucht (zie de detail opname) zijn de kenmerken die de soort onderscheiden van nog 3 andere wolfsmelken, te weten E. serpens, E. prostrata en E. humifisa. 3 soorten die net als de Straatwolfsmelk vaker gevonden zullen worden en zich goed thuis voelen in het stedelijk milieu. Goed kijken dus naar dat Gewoon varkensgras, als het iets blauwgroener is dan gewoon varkensgras dan .... even kijken naar de blaadjes en de bloeiwijze en bij twijfel een stukje van de stengel afhalen, komt er wit sap uit dan ...

Gerrit Hendriksen

Verlaten watertjes

Vaak krijg ik tips van mensen, die dan roepen wist je dat ....? Nou nee, dat wist ik niet, moet ik dan toegeven. Veelal volg ik die tips op en ga ik even kijken. Zo ook deze keer naar een watertje waar ik al vaak langs gefietst was, maar waar ik nooit enige aandacht aan besteed had. Dichtgegroeid dacht ik met iets algemeens. Wel wat dichtgegroeid (zie overzichtsfoto), veel mos en vooral heel spannende randen.
Bijna dichtgegroeid watertje (oorsprong onbekend)
Die randen; het eerste wat me opviel waren de plakkaten van een opstijgende, viltige plant. De spaarzame bloeistengels hielpen me al snel op de naam van de soort, Moerashertshooi (Hypericum elodes).
Moerashertshooi Hypericum elodes
Een soort van voedselarme wateren in venige gebieden op zand. Er waren enige plakkaten van deze soort rondom het watertje aanwezig.
Volgens de melder staat er ook Slangenwortel (Calla palustris). Ik heb blijkens mijn melding dat ik die niet gezien had, verkeerd gekeken, zo kreeg ik te horen en kreeg prompt de volgende foto toegezonden.
Hoe had ik deze kunnen missen, ik ga zeker nog een keer.
Wat er nog meer te zien was is Blaaszegge (Carex vesicaria) een paar prachtige pollen.
Blaaszegge (Carex vesicaria)
Ik ga nog vaker af op tips, dat is zeker.

Gerrit Hendriksen