cookieChoices = {}; Deventer Natuur

zondag 7 april 2024

Voorjaarszegge op voormalige maisakker

 

Voorjaarszegge.

12 jaar geleden was er op de plek waar in 2024 Voorjaarszegge is gevonden een maisveld aanwezig. Wat is er in de tussentijd gebeurd? In ieder geval meer dan 12 jaar geleden is besloten het Gooikerspark te gaan inrichten om te zorgen voor een groene strook tussen Colmschate en de Vijfhoek. Een van de delen van het Gooikerspark is ten behoeve van waterberging ontgraven en heeft deze winter deels onder water gestaan. Dat ontgraven levert over het algemeen een veel schralere bodem op dan niets doen. Op die plek is dat ook te zien overigens. De vegetatie is een korte vegetatie (mede door de begrazing met schapen) waarin veel Gewone veldbies en soorten van voedselarme bodems te vinden zijn. Het is een van de leukere veldjes van het Gooikerspark. 

Dat Voorjaarszegge nu opduikt op deze plaats is vrij bijzonder. Normaliter is die soort te vinden in de uiterwaarden. Mogelijk is door de schapen zaad meegekomen van de uiterwaarden en heeft het hier goede omstandigheden gevonden om te kiemen. 

Tja, waarom nu zo lyrisch over Voorjaarszegge (Carex caryophyllea). Allereerst is het een soort die sterk achteruit is gegaan en op een aantal plaatsen in Nederland voorkomt, zie onderstaande figuur uit de Verspreidingsatlas. Ten tweede is dit één van de kronen op het werk van de Deventer Schaapskudde. Naast de Voorjaarszegge is in het algemeen de hele botanische samenstelling erop vooruit gegaan. De kudde zorgt voor een hogere biodiversiteit. 

Verspreidingskaart Voorjaarszegge.
Voorjaarszegge, close up.


donderdag 6 april 2023

Weidegeelster en Grasbij

Voorjaar in Deventer is toch wel speciaal zo nu en dan. Op diverse plekken zijn geelsterren te bewonderen. Vooral veel Weidegeelster. Dit is een uitbundige bloeier en vooral in Rijsterborgherpark tussen de Oosterse sterhyacinten aanwezig. Blauw en geel, erg fijn om naar te kijken. 
Zoals gezegd ook op andere plekken te vinden in Deventer, zoals op een van de taluds van een speeltuintje in de wijk Douwel. Een van de hellingkjes herbergt een kleine maar vitale populatie van enkele 10-tallen planten  (lastig tellen met die mooie pollen, maar het zouder er zomaar 100 kunnen zijn).

Weidegeelster

Weidegeelsterren bloeien uitbundig, dit in tegenstelling tot de schaars bloeiende Akkergeelster. Deze kan ook in Deventer worden gevonden en de echte floristen weten inmiddels exact op welke plekken ze wel eens bloeien. Zeg maar zo'n 10% van de planten bloeien. De rest is wel aanwezig, maar alleen vegetatief in de vorm van wat kronkelige grasgroene blaadjes. Bijzonder aan zowel Akkergeelster als Weidegeelster is dat ze nooit zaad vormen. Ze planten zich voornamelijk voort via de knollen en varen eigenlijk wel bij een beetje beroering van de grond.

Op een mooi dag in maart worden ook de eerste graafbijen actief en zowaar als ik daar aan het fotograferen ben wordt de 'liefde' bedreven op een van mijn lievelingsplanten. 

Weidegeelster met Grasbij

Close up van de Grasbijen in copula
Grasbijen zijn vrij algemeen en hebben nestaggregaties in gazons en stadstuintjes.

Geniet ervan. 

donderdag 17 juni 2021

Zonnedauw en meer

Zonnedauw (Droseraceae) is niet ongewoon in de gebieden rondom Deventer. Zeker de aanleg van enkele honderden retentiegebieden door Waterschap Drents Overijsselse Delta hebben voor een uitbreiding van het aantal plaatsen met Zonnedauw gezorgd. De Kleine zonnedauw (Drosera intermedia) is niet bepaald een zeldzaamheid. Met een uitbreiding van deze pioniersoort wordt ook de kans dat er insecten die afhankelijk zijn van Zonnedauw vindbaar zijn. Naast botaniseren wordt er tijdens de werkgroepavonden van de KNNV ook veel naar insecten gekeken en indien mogelijk direct of achteraf op naam gebracht. Dat laatste is ook met deze, in het veld wat lastig te determineren, soort gebeurd. 

Een vedermot op een Egelboterbloem.

Met bovenstaande foto is het nog niet direct mogelijk om de soort goed te determineren en ook zonder veldkennis van de planten is het een uitdaging om vedermotten (Pterophoridae) goed op naam te brengen.
Als echter informatie, die niet veel toevoegd, wordt weggehaald dan blijft een beeld over waarmee, gecombineerd met de veldkennis, de determinatie uitkomt op de Zonnedauwvedermot (Buckleria paludum). Dit is een zeldzame soort en zelfs de eerste melding voor de gemeente Deventer!

Uitsnede met de Zonnedauwvedermot op een bloem van de Egelboterbloem.

De Zonnedauwvedermot zet eitjes af op de onderkant van de bladeren van Zonnedauw soorten. In de literatuur wordt vooral de Ronde zonnedauw genoemd, maar die is niet te vinden in het gebiedje waar bijgaande foto is gemaakt. De Kleine zonnedauw echter wel. Op de Duitse site lepiforum zijn foto's te vinden van alle stadia (image, rups, pop en ook de waardplaten).


Glanzend en rood

Een van de meest opvallende kenmerken van de ooievaarsbekken (Geraniaceae) is toch wel de beharing. De meeste (tja, hier komt ie) zijn spaarzaam tot dicht behaard. Denk aan de Zachte ooievaarsbek (Geranium molle) die in Nederland overal te vinden is. Uitzonderingen zijn er altijd, zoals de Glanzige ooievaarsbek (Geranium lucidum). Glanzig (waarom niet glanzend eigenlijk?) naar de volledige kale bladeren die een vetachtige aanblik geven. 

Detail van bloem en vruchten.

Goed te zien op de foto zijn de relatief kleine bloemen (1-1.4 cm) en de hoekige kluisvruchten. De soort zou op basis van de grootte van de bloemen verward kunnen worden met Klein robertskruid (Geranium purpureum). Echter het vrijwel ontbreken van haren is een goed zichtbaar kenmerk.

Habitus van de Glanzige ooievaarsbek

De soort is een nieuwkomer uit Eurazië en Noord-Afrika en gedraagt zich invasief. De eerste waarneming voor Deventer stamt uit 1998 en is gedaan door de auteur van een serie van Heukels' Flora's, Ruud van der Meijden. De soort komt vooral in de binnenduinrand en steden voor. In 2016 is door Wim Vuik op de blog stadsplanten.nl een artikel veschenen over het voorkomen van de Glanzige ooievaarsbek in het stedelijk gebied.
Vooralsnog is op de diverse meldingen van Ruud van der Meijden na (oude meldingen dus) en 2 meldingen in het buitengebied de soort niet veel gevonden in Deventer. Waarschijnlijk een onbekent is onbemint verhaal. Bekijk dus rustig die atypische versie van Robertskruid eens. Het zou zomaar eens Glanzige ooievaarsbek kunnen zijn of Klein robertskruid!

dinsdag 25 mei 2021

Een van de gele klavers

Naast 1 van de gele klavers, ook één van de meest voorkomende gele klavers. Naast Kleine klaver (Trifolium dubium) en Hopklaver (Medicago lupulina) is de Liggende klaver (Trifolium campestre) veel te zien, althans op zwak zure tot kalkhoudende grond bestaande uit zand, leem, zavel en mergel. Ook in Deventer komt deze klaver op veel plekken voor, wat niet heel gek is want langs de rivieren en in de kuststreek komt het merendeel van deze bodems voor. 

Detail opnamen van de Liggende klaver

Er is verwarring mogelijk met de adventieve Akkerklaver. Kleur van de bloemen en het grote aantal bloemen in de het hoofdje zouden kunnen leiden tot verwarring. Het is aan te bevelen altijd naar de lengte van de bladsteel van het middelste blad te kijken. Deze is bij Liggende klaver langer dan de steeltjes van de beide zijblaadjes.

Liggende klaver is zo'n soort die zich over heel de wereld verspreid heeft. Echter het zwaartepunt is nog steeds Europa en Nederland ligt in het centrum van zijn verspreidingsgebied. Typische plaatsen waar Ligggende klaver gevonden kan worden zijn verstoorde graslanden en de randen van parkeerplaatsen. 

Liggende klaver tussen de stenen in een rustige hoek van een parkeerterrein.



Mosbloempjes komen eraan

'Mosbloempjes komen eraan' is een wat uitzonderlijke titel, maar niet minder waar. De afgelopen jaren hebben we gezien dat er nogal eens nieuwe soorten in de stad opduiken. Daar is al menigmaal in deze blog over geschreven, ook over het Mosbloempje al eens eerder. Denk verder aan Kransmuur en bijvoorbeeld Straatwolfsmelk. Mosbloempje behoort tot deze categorie van klimaatvolgers en is bezig aan een opmars, lees of beluister het artikel op Vroege vogels van 21 mei 2021.  

Mosbloempjes
Mosbloempje (Crassula tillaea)
Tot 2015 was er voor Deventer geen waarneming van Mosbloempjes bekent. De eerste vondst was op één van de voor de hand liggende plaatsen, te weten een begraafplaats. In de jaren daaropvolgend zijn op steeds meer plekken, en niet alleen begraafplaatsen Mosbloempjes aangetroffen. Dit is een trend die zich vanaf 1980 heeft ingezet in geheel Nederland.
Mosbloempje was tot die tijd vooral bekent van kustgebieden en een strook zuidelijk van Utrecht en de Veluwe. 

Mosbloempje is één van de kleinste planten van Nederland en is tussen 1 en 5 cm hoog. Mosbloempje is een vetplant die behoort tot het geslacht Crassula. Hee waar kennen we die nog meer van. Inderdaad, Watercrassula is de andere soort uit het geslacht wat in Nederland 2 vertegenwoordigers kent. De een die men liever niet ziet en de ander waar een deel van radioprogramma aan wordt gewijd en waarin op lyrische wijze een ode gebracht wordt aan deze soort. 

Detailopname van de bloeiwijze.

Overigens is de verspreiding van Mosbloempje gelijk aan die van Watercrassula. Zodra blaadjes worden afgebroken zijn die in staat een nieuw plantje te vormen. Op sommige begraafplaatsen (ook in Deventer) wordt door het beheer van schoffelen de soort over de hele begraafplaats verspreid en kan zo enorme matten vormen. Dat geld ook voor parkeerplaatsen waar het veelvuldig wordt aangetroffen. 

zaterdag 13 februari 2021

Invasief uit het oosten

Invasie en invasief dat zijn nu niet persé erg positieve woorden. Behalve als het winter- of zomergasten zijn. Deze winter is het weer raak, Goudhaantjes met duizenden in Nederland vanuit het Oosten en Noorden. En dan de Keep (Fringilla montifringilla). Er zijn verhalen van mensen die deze soort in de tuin hebben, met één tot enkele tientallen tegelijk. Dit jaar zijn er zelfs zoveel dat het de krant haalt (zie online artikel van De Stentor).

Keep (Fringilla montifringilla) ♂, 11-02-2021, Deventer

Kepen zijn ieder jaar wel in Nederland te vinden. Vaak trekken ze op in groepjes vinken en zijn ze te vinden in gebieden met veel loofbomen, bij voorkeur Beuk waar dan op de beukenootjes van afgelopen herfst wordt gefourageerd.
Kepen hebben een witte buik en, althans de mannen, zijn verder te herkennen aan hun oranje keep. Ook de vrouwen hebben veel oranje in hun verenkleed. De mannen hebben in de winter een grijze kop en in de zomer een zwarte kop en rug. Kepen zijn net zo groot al vinken en kunnen gezien worden als de Noordelijke Vink. Bij het wegvliegen zijn de kepen uit een groep vinken te herkennen aan hun witte stuit, terwijl bij vinken vooral de witte strepen op de vleugels opvallen. 

In de tweede week van februari 2021 is er veel sneeuw gevallen en komen zijn in bosachtige gebieden van Nederland (zeker Midden- en Oost-Nederland) veel kepen te zien. 

De Keep is een zeer zeer zeldzame broedvogel in Nederland, met een aantal van 0-5 broedparen in de periode 2013-2015. Nederland vormt samen met Denemarken en de Baltische staten de zuidgrens van het verspreidingsgebied. Zwaartepunt van het broedgebied ligt in Noorwegen, Zweden, Finland  en Rusland tot aan Moskou. In de winter is het een talrijke overwinteraar met tot 100.000 vogels.

Bron: Vogelbescherming


vrijdag 27 november 2020

Groene vliegjes

Planten en insecten, ultieme combinatie en wat een diversiteit. 'Never a dull moment' zoals ze dat in Engels zeggen. Een warme avond in een van de leukste gebieden rondom Deventer was er zo één dat je ogen tekort komt. Het groene vliegje zoals hieronder afgebeeld is best een opvallende verschijning. 

Kleine moeraswapenvlieg (Oplodontha viridula)

Er zijn er 3 die groen zijn en veel op elkaar lijken, de Kwelmoeraswapenvlieg (nog niet in NL aangetroffen) en de Veenmoeraswapenvlieg, welke een slag groter is en een breder donker gekleurde vlek op het achterlijf heeft.  
De Kleine moeraswapenvlieg komt over heel Nederland in voor, mits voldaan is aan de voornaamste eis; een nat biotoop, zoals moerassen, weilanden met sloten, kwelders en rivierdalen. 

In het Engels word deze vlieg de 'Gewone groene kolonel' (Common green colonel) genoemd. Ook al kan dat groen nauwelijks opvallen omdat het tegen het wit aan zit. De larven van deze vlieg leven in ondiep stilstaand water. Op https://en.wikipedia.org/wiki/Oplodontha_viridula is een filmpje van een larve te zien.

woensdag 18 november 2020

Kraters op boerenwormkruid

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) nam ik altijd, zeg maar voor lief. Ik zag het, registreerde het als er een KM Hok gestreept werd en dat was het dan. Over km hokken gesproken, als je kijkt naar de verspreiding dan is te zien dat Nederland behoorlijk uniform voorzien is van Boerenwormkruid.
Afgelopen zomer ben ik eens goed naar die bloemen gaan kijken en dan met name naar de insecten die allemaal op een of andere manier geassocieerd zijn met Boerenwormkruid. Werkelijk wat een weelde, erg leuk, diverse soorten wantsen daarop gezien en tot mijn verbazing groene kratertjes.

Boerenwormkruid met diverse 'kratertjes' van de Gewone boerenwormkruidgalmug


Het bestaan van gallen is mij natuurlijk bekent, echter daar had ik hier niet zo heel snel aan gedacht. Zeker niet omdat ze zo mooi met ingesneden randen bovenop een bloemhoofdje zitten. Op andere momenten heb ik minder mooi gevormde gezien die duidelijk wat meer doen denken aan een gal. Het vergde toch wel even zoeken en beeldherkenning door waarneming.nl hielp om erachter te komen dat deze vergroeiing door een mug wordt veroorzaakt. 
Het is overigens een vergroeiing die ook kan optreden op de bladeren of stengeldelen van Boerenwormkruid. Een hele mooi serie foto's daarvan is te vinden op de site bladmineerders.nl.

Het is zelfs een van de gallen geworden die als eerste de gal van de week is geworden dit jaar op het forum van waarneming.nl. Bekijk deze link maar eens.  Uitzonderlijke observatie op deze pagina is dat de Gewone boerenwormkruidgalmug het liefst droge voeten heeft. In ieder geval is mij opgevallen dat ik ze best vaak zie eigenlijk.



zaterdag 3 oktober 2020

Prachtige schubsnipvlieg

Ik beschouw mezelf totaal niet als vliegenspecialist. Wil niet zeggen dat ik het niet leuk vind om zogenaamde 'leuke vliegen' te fotograferen omdat ik dan gewoon benieuwd ben wat het is. 

Prachtige schubsnipvlieg (Chrysopilus splendidus)

Een lekkere avond ergens in juli zoals we er dit jaar velen hebben gehad met veel activiteit van insecten. Beetje struinen, camera in de aanslag en hé een leuke vlieg, mooie patronen op achterlijf en vlekjes op de vleugels. Ik had inmiddels al kennis gemaakt met de Gewone schubsnipvlieg, één van de vele snipvliegen die ons land rijk is en dacht ook direct aan deze groep.
Zoals al mijn waarnemingen die valideerbaar zijn werd ook deze geplaatst op waarneming.nl. Hier kwam ook de Gewone schubsnipvlieg als meest waarschijnlijke kandidaat naar voren. Waarnemingen met foto's worden als het kan vrij snel gevalideerd. Een enthousiaste reactie, zoals bij de waarneming is te lezen, van de validator gaf aan dat het om de eerste gevalideerde waarneming van de Prachtige schubsnipvlieg van Nederland was. Blijkens reacties van bevriende natuurliefhebbers die wat meer kennis hebben van insecten was de soort te verwachten in Nederland. Altijd leuk natuurlijk om per ongeluk zo'n foto te maken en zeg nauw zelf, toch best een prachtige vlieg! 

Welriekend of niet?

Het antwoord op die vraag verschilt nogal van persoon tot persoon. Of het welriekend is ... Bepaald niet een goed kenmerk die dan ook in een groep tot discussie kan leiden, wat is nu lekker? Neem de Welriekende ganzevoet (Dysphania ambrosioides), een nieuwe soort voor de Gemeente Deventer. Inderdaad geen Chenopodium zoals de oplettende lezer mogelijk wel heeft gezien, maar de inmiddels opgesplitste Dysphania. Dysphania is de familie van de Beklierde ganzenvoeten. 

Deze soort is onlangs door de plantenwerkgroep op de strandjes van de Veenoordkolk gevonden. Tot voor kort vooral in het zuiden aangetroffen. Door klimaatverandering wordt de soort steeds noorderlijker aangetroffen en sinds 2020 dus ook in Deventer. 

Habitus Welriekende ganzenvoet
Het is altijd bijzonder om een soort tegen te komen die je nog niet kent. Hoe gaat dat dan in zijn werk. als eerste herken je de betreffende plant niet. Ook niet na gedegen alle kenmerken in je opgenomen te hebben. Als dan andere leden van de groep de soort ook niet kennen begint het determineren op basis van de kenmerken. Habitus, bloemen, bladeren en .. in dit geval ook geur. Dat was al snel vrij duidelijk. Behoorlijk geurend.

Bloeiwijze Welriekende ganzenvoet
Die bladeren en bloemen gaven al vrij snel de richting aan van een ganzenvoet. Druifkruid was de eerste gedachte, een soort die wel bekend was, maar nooit gezien. De sleutel erbij en dan is de combinatie van kenmerken en vooral die citroenachtige geur overduidelijk. Welriekende ganzenvoet. Hoewel, welriekend... Daar verschilden de meningen behoorlijk over. Aandachtig ruiken en ja er was wel iets van een citroengeur aanwezig, maar lekker ...

In de Heukels' 24ste editie, verspreidingsatlas en waarneming.nl wordt de soort niet verder uitgesplitst in ondersoorten. In de zojuist uitgekomen natuur.flora wordt de soort wel uitgesplits in ondersoorten en wel op basis van de bezetting met schutbladen:
  • bloeiwijze tot aan de top met schutbladen, D. ambrosioides ssp. ambrosioides
  • bloeiwijze tot de helft met schutbladen, D. ambrosioides ssp. anthelmintica
Op basis van dat onderscheid mag je dan concluderen dat het de ondersoort ambrosioides betreft. Dit jaar overigens niet verder noordelijk gevonden dan Deventer, wat dan weer een bijzonder weetje is. 

Gerrit

zaterdag 11 juli 2020

Kattenstaartdikpoot

 
In diverse gebieden rondom Deventer komt Grote kattenstaart (Lythrum salicaria) voor. Bepaald geen zeldzame plant, zie https://www.verspreidingsatlas.nl/0785. De Grote kattenstaart is waardplant voor diverse soorten, waaronder de Kattenstaartdikpoot (Melitta nigricans). Een wilde bij dus en niet direct heel algemeen, ondanks het feit dat de verspreiding van Grote kattenstaart vrij groot is. Behalve Grote kattenstaart is ook de nestgelegenheid van belang.
Uit het kaartje van waarneming.nl is op te merken dat op 11 juli 2020 voor het eerst in 8 jaar de Kattenstaartdikpoot in Deventer (in waarneming.nl) weer is vastgelegd, of beter, er is voor het eerst in 8 jaar naar gekeken. Een waarnemerseffect dus, ofwel er is niet goed gekeken naar deze soort, of ... en dat is één van de redenen er wordt te snel gemaaid, waardoor de Grote Kattenstaart niet voldoende tot bloei kan komen en er onvoldoende voedsel is voor de superspecialist die de Kattenstaartdikpoot is. 

In dit geval zijn mannetjes gefotografeerd, Deze zijn geelbruin van kleur, de vrouwtjes hebben een grijze beharing. 
Omdat het stuifmeel van de Grote kattenstaart groen is, is ook na verzamelen door de vrouwtjes het pollenkorfje aan de achterpoten groen gekleurd.

De mannetjes zitten op de voedselplanten te wachten op de vrouwtjes en slapen er zelfs. Eigenlijk kan het dus niet missen, vind je een grote op een zandbij gelijkende bij op Grote kattenstaart, dan is dat zeer waarschijnlijk een Kattenstaartdikpoot. Tegelijkertijd weet je dan dat ook het beheer in orde is, zodat deze soort zich daar kan handhaven. Op zoek naar die dikpoten dus en laat uw goedkeuren horen aan de beheerder. 

Bron:





zaterdag 20 juni 2020

Vlinders op de wolfsmelk

De natuur zit toch zo ontzettend mooi in elkaar. Dat hoef ik de meeste lezers niet te vertellen. Veel soorten hebben een zo innige relatie met elkaar dat je zelfs de soort kunt herkennen als je de waardplant kent. Op zich is dat niet vreemd, maar voor de volgende soort zijn er maar 2 andere mogelijkheden om twee soorten uit elkaar te houden en dat is via genitaalonderzoek en feromonen. Tja... dat eerste gaat mij persoonlijk gaat dat wat ver, dat tweede zou ik best eens leuk vinden om te doen, maar ja waar haal je feromonen vandaan. Maar de planten ken ik, dus dan ken ik ook de soort, maar dat wist ik pas toen ik ging lezen hoe het nu eigenlijk zit met die 2 soorten Wolfsmelkwespvlinders!! Eerste even Wespvlinders. Dat is een familie van nachtvlinders (de Sesiidae) die in onze contreien allemaal overdag actief zijn en niet heel vaak worden gezien. Deze leden van deze familie zijn endofagen, ofwel leven in een waardplant (planten in dit geval).

Het hele verhaal over deze wespvlinders en de 2 soorten. Tijdens één van de veldbezoeken van de KNNV Deventer zag ik een raar vlindertje op een bloem van een Zilverschoon. Ik zag direct dat het een wespvlinder was, want doorzichtige vleugels, maar dan? Er zijn er nogal wat namelijk, zie voor de in Nederland bekende soorten de site van waarneming.nl
Wolfsmelkwespvlinder (Chamaesphecia tenthrediniformis)

Boekje erbij, ja, moet een Wolfsmelkwespvlinder zijn. De hulp van waarneming.nl geeft aan Schijnwolfsmelkwespvlinder. Hé, wacht even. Die is superzeldzaam. Verder lezen, o.a. op de sites die als bron zijn meegegeven. Vooral de 'biomics' van projects.biodiversity.be is echt aan te raden. Zeer uitgebreid, ook over het gedrag wat ik een aantal dagen later heb kunnen observeren. De Wolfsmelkwespvlinder vliegt rustig van bloem naar bloem en laat zich rustig observeren. De schijn versie van deze vlinder is juist super onrustig en laat zich niet zo heel goed zien.

Hoe zit dat nu met de zekerheid van het antwoord zonder feromoononderzoek of genitaalonderzoek. 100% zekerheid is er niet natuurlijk. Echter de Schijnwolfsmelkwespvlinder heeft als waardplant Cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias) en die komt in dat specifieke gebied niet of nauwelijks voor (dichtsbijzijnde bekende plaats is in de buurt van het pontje bij de Duursche waarden). Heksenmelk (Euphorbia esula) daarentegen staat er in overvloed en Wolfsmelkwespvlinders ook overigens. Verder is het inderdaad zo dat de vlinders rustig rondvliegen en goed te bekijken (en fotograferen) zijn. 
 
Wolfsmelkwespvlinder op Heksenmelk

Wolfsmelkwespvlinder op Heksenmelk

Kijk dus, als je Heksenmelk ziet ook eens of je deze bijzondere vlindertjes ziet, ze zijn ongeveer 1 cm groot, dus niet heel erg groot, maar wel opvallende verschijningen.

Bronnen: 

zondag 14 juni 2020

Rover in de tuin

Het 'leuke vliegen' project van EIS en waarneming.nl (zie o.a. deze pagina van EIS) heeft mij erg enthousiast gemaakt over van alles en nog wat met betrekking tot insecten. Ook al is het alweer 7 jaar geleden dat dit is geïnitieerd. Het is leuk om te zien dat het aantal waarnemingen van bepaalde soortgroepen daardoor omhoog is gegaan. Ook zijn er een aantal producten uitgekomen waaronder de Roofvliegenveldgids. Dit is echt een heel toegankelijke (digitale) gids om roofvliegen mee te determineren.

Roofvliegen zijn overal te vinden en vooral sinds dat leuke vliegen project worden ze ook overal gemeld. Een aantal soorten zijn gebonden aan bijzondere habitats en dus zeer zeldzaam. Anderen hebben bosranden nodig en kunnen ook zomaar in de tuin zitten. Zoals de Bosrandroofvlieg (Neoitamus cyanurus). Dit is een kleine roofvlieg die te vinden is in loofbos, tuinen en struikgewas op een droge tot iets vochtige bodem. Tja, dit type habitat is veel voorkomend in Nederland.
Bosrandroofvlieg

Veel van de roofvliegen zijn in het gras te vinden waar ze op de uitkijk zitten naar prooi. Roofvliegen vangen hun prooi altijd in de lucht, vaak na een korte achtervolging. Prooien kunnen bestaat uit soorten die groter zijn dan zijzelf, maar wel altijd insecten. 

In bovenstaande geval was ikzelf de uitkijkpost. Dat gaf mij de gelegenheid om de soort van alle kanten te fotograferen. 
Bovenaanzicht Bosrandroofvlieg

Roofvliegen zijn te herkennen aan een combinatie van een aantal eigenschappen:
  • aanwezigheid van een baard (zie ook de bovenste foto met een witte haarpluk direct onder de ogen)
  • een stevige zuigsnuit
  • de ogen raken elkaar nooit. Tussen de ogen is een knobbeltje met daarop 3 puntoogjes
  • er staan altijd borstels op de stevige poten.
Het is heel gaaf te zien hoe die roofvliegen zich in de tuin en het veld gedragen. Het zijn warmteminnende dieren, dus .... een mooie warme zomerse dag is het beste recept om eens goed te kijken wat er allemaal boven het gras gebeurd.

vrijdag 29 mei 2020

Tuinbladsnijder

Bij mij in de tuin staat een paar meter beukenheg. Waar daar niet allemaal gebeurd. Erg leuk, vandaag (ergens eind mei) bijvoorbeeld zag ik een Tuinbladsnijder (Megachile centuncularis) stukjes beukenblad afsnijden. In mei/juni is deze solitaire bij actief en behoorlijk in de weer met het verzamelen van stukjes blad. 

Binnen 10 seconden wordt een stukje blad (20 % van een beukenblad) uitgeknipt en gaat de bij op weg naar haar nest. Daar wordt het nest bekleed met stukjes blad van onder andere roos en wilde wingerd, zo wordt vermeld op Nederlandsesoorten.nl.
In het volgende filmpje is te zien dat binnen enkele seconden de bij een stukje blad afknipt en wegvliegt

zaterdag 25 april 2020

Muizenstaart en drinkplaats

Veedrinkplaatsen en een platgetrapte bodem.
Typische groeiplaats van Muizenstaart
Niet direct een onderwerp waar veel over te schrijven is. Vaak niet heel erg veel soorten en meestal niet bijzonder. Denk aan Schijfkamille, Straatgras, Greppelrus en nog een handvol soorten die goed gedijen in een zeer voedselrijke en natte omgeving. In sommige gevallen echter, wanneer die bodem kleirijk is, dan kan er ook Muizenstaart (Myosurus minimus) worden gevonden.

Muizenstaart wordt naar waarschijnlijkheid vaak over het hoofd gezien. Deels zal dat komen omdat het een niet opvallende soort is, deels ook omdat het maar heel sporadisch op bijzondere plaatsen langs drinkplaatsen o.a. voorkomt. Dat zijn meestal niet de gebieden waar goed gekeken wordt. Verder is het een heel vroegbloeiende soort zodat het vaak wordt gemist in gebiedsinventarisaties. Omstreeks 1970 dacht men dat de soort erg zeldzaam was. Door goed te zoeken in het vroege voorjaar bleek dat de soort nog volop aanwezig was op de typische groeiplaats van de Muizenstaart, veel betreden plekken in weidepercelen op kleibodem. De witte gaten langs de grote rivieren kunnen waarschijnlijk opgevuld worden door goed te kijken in het vroege voorjaar.
Habitus Muizenstaart

Muizenstaart lijkt in vegetatieve toestand een beetje op Greppelrus. Echter bij goed kijken dan is te zien dat het lepelvormige bladen heeft.

Muizenstaart behoort tot de Ranonkelfamilie.
Bloemen van Muizenstaart
Een ranonkel dus. 3 of meer kelkbladen, meestal 5 en 3 of meer kroonbladen, 10 meeldraden en rond de 100 stampers die in een aanvankelijk kegelvormige hoofdje opeengepakt staan. Deze kenmerken zijn echter allemaal erg onopvallend, alleen die 'staart' is een zeer opvallende eigenschap en wordt gevormd door het kegelvormige hoofdje wat tijdens de bloei sterk in de lengte groeit.

Voor mij was het een zoektocht naar een iconisch plantje, eigenlijk alleen maar omdat het een beetje een rare soort is, met een bijzondere groeivorm. Bovenstaande foto's zijn niet in de gemeente Deventer gemaakt. Echter er zijn wel diverse meldingen uit inventarisaties voor de gemeente Deventer bekent. Vaak in ingangen naar weilanden.

Gerrit

woensdag 15 april 2020

Kleine monstertjes in de Hedera

Issus coleoptratus
Wat moet je hier nu weer mee als je dit van de zijkant ziet? Een nimf van een sprinkhaan?
van boven wordt het een heel ander verhaal. Dan denk je toch sneller aan een cicade of wants, wat het bij nader inzien ook niet is. Cicade zit overigens wel in de richting. Het is namelijk een lantaarndragerachtige, wat een infraorde van de cicaden is wat dan weer een onderorde van de halfvleugeligen is. Die taxonomie is niet even doorgrondelijk zeg maar. Officieel is het een soort uit de familie van de Issidae. Een familie die zich kenmerkt door een brede, ovale bouw. De soorten binnen deze familie hebben vleugels die ongeveer tot de achterlijfspunt reiken (submacropteer).
Bovenaanzicht Issus coleoptratus
De soortsbeschrijving op waarneming.nl staat bol van de termen die een entomologisch woordenboek noodzakelijk maken. Mocht je geïnteresseerd zijn, volg deze link.

Er is nog 1 andere soort in Nederland, te weten Issus muscaeformisbekent. Echter deze is vanaf 1936 niet meer gezien en is vooral bekend van de hogere zandgronden.

Een bijzondere eigenschap is dat de nimfen van dit insect kleine, tandwiel-achtige structuur op elk van hun achterpoten hebben. Deze tandwielen grijpen in elkaar en houden de poten gesynchroniseerd als het insect springt. Deze eigenschap is in 2013 gepubliceerd in Science (Vol. 341, Issue 6151, pp. 1254-1256) en deels te lezen via Smithsonian magazine. Rond 300 jaar voor Christus zijn de mechanische tandwielen in Alexandrië uitgevonden door Griekse mechaniciens. De natuur was ons dus duidelijk voor.
Het genoemde artikel is zeer lezenswaardig, even als het artikel van National Geographic (ook uit 2013).
Overigens zijn de tandwielen alleen voor de nimfen.

Wat ook een eigenaardigheid is, zijn die grijze draden aan het achterlijf. Het zijn afscheidingen uit de dorsale klieren boven de anus. Het zijn wasachtige filamenten (van 1.0-2.0 mm lengte) die worden uitgescheiden als de nimfen levend plantenmateriaal hebben gegeten. Er schijnen meerdere cicadesoorten te zijn die dit verschijnsel kennen en het zou een rol spelen bij de veilige verwijdering van honingdauw door het bekleden van de uitgescheiden druppeltjes met wasachtige strengen waardoor besmetting van het lichaam wordt voorkomen, zie ook https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Issus_coleoptratus.

De foto's zijn afkomstig van José en zij heeft de foto's in haar achtertuin gemaakt tijdens een speurtocht naar het kleine in haar tuin.

zondag 12 april 2020

Combinatie van druifje en hyacint

Brede druifhyacint
Ik dacht dat het leven altijd heel gemakkelijk was, wat betreft Blauwe druifjes dan. Tot ik een aantal jaar geleden een Blauw druifje tegenkwam met maar 1 blad en wel een heel breed blad. Dat blijkt de Brede druifhyacint (Muscari latifolium) te zijn. Zeer weinig tekst in verspreidingsatlas.  Bijzonder summier en de site rept alleen over  zeldzeme soort, aangeplant en niet verwilderend. Oké, dan. De soort staat er al jaren en ik heb het idee dat er steeds meer komen.
Net als de Kuifhyacint (Muscari comosum) heeft deze druifhyacint onderaan vertiele bloemen en bovenaan steriele bloemen. Heel duidelijk te zien hier is het kleurverschil. De donker paarse bloemen zijn vertiel en de lichtere en iets grotere zijn de steriele bloemen. Brede druifhyacint komt van nature voor in open dennenbossen in zuid en west Turkije op hoogten tussen 1100 en 1800 meter.

Ok, dat was 1 nieuwe (voor mij dan), ik had niet het vermoeden dat het nog verder zou gaan dezer dagen. Ergens in het achterland kwam ik een Blauw druifje tegen waarvan ik zoiets had, hé, dat is anders dan die Blauwe druifjes bij mij thuis. Overigens noem ik die altijd Blauwe druifjes, maar ik ga eerst eens goed kijken geloof ik.
Ik kwam dus Langbladige druifhyacint (Muscari armeniacum) tegen, overigens net als die in mijn tuin. De wetenschappelijke naam geeft aan dat de soort van oorsprong uit Armenie komt. Het is een onderdeel van het verspreidingsgebied, wat loopt van het oostelijk deel van het Middellandse zeegebied via Turkije tot aan de Kaukasus.
Langbladige druifhyacint 

Dan ga je dus maar eens verder lezen, blijkt de Langbladige druifhyacint zo ongeveer net zoveel voor te komen als Blauwe druifjes. Een van de meest opvallende verschillen is natuurlijk het veel langere blad (langer dan de bloeistengel) en ook meer bladeren, namelijk 3 - 6, vooral liggende bladeren. Volgens verspreidingsatlas zouden de bloemen helderblauw moeten zijn. Nu ...
Blauw druifje (Muscari botryoides)
Excuses voor deze foto, met mobiele telefoon gemaakt, dus de kwaliteit is wat matig.

Blauwe druifjes (Muscari botryoides) hebben per plant maar 1 -3 bladeren die tot even lang als de bloeisteel zijn. Nu wordt het een uitdaging om Blauwe druifjes te gaan vinden. Ik ga het aanvullen aan deze blog als ik ze vind. Binnen een week toch gelukt.  Maar dat was niet zo heel gemakkelijk en de twijfel slaat direct toe, want die kenmerken kloppen niet allemaal, zoals urnvormig en omgekeerd eivormig bloemen. Dat zijn wat lastige onderdelen. De korte blaadjes daarentegen wel.

Het is me niet helemaal duidelijk geworden hoeveel soorten druifhyacinten er zijn. De ene website spreek van 42 soorten (Wikipedia welke een in 2011 gepubliceerde checklist World Checklist of Selected Plant Families volgt) en de andere (GBIF) spreekt van 80 geïdentificeerde soorten. Dat getal zal overigens niet door de meeste taxonomen worden ondersteund schat ik in.

Gerrit

zaterdag 28 maart 2020

Uien in de stad

We komen ze overal tegen, soorten van het geslacht Allium. Kraailook (Allium vineale) of (een uit de tuin ontsnapte) Daslook (Allium ursinum) zijn niet ongewone soorten. Met een beetje geluk ook Moeslook (Allium oleraceum) op dijken rondom Deventer, echter deze is behoorlijk zeldzaam.  Andere soorten vinden we nauwelijks, zeker niet in de binnenstad. Ik weet niet zo goed de status van begraafplaatsen eigenlijk. Ooit heb ik op een begraafplaats Bochtig look gevonden (Allium zebdanense). Een verwilderde soort. Overigens een heel mooie soort. Echter je hebt van die hoekjes! Beetje beschut, rustig, beetje een stinzeachtige sfeertje met Vingerhelbloem (Corydalis solida) en heel veel Gewoon speenkruid (Ficaria verna). In dat betreffende hoekje, eigenlijk een gedempt deel van een oude gracht in Deventer vind je dan zomaar Armbloeming look (Allium paradoxum).
Bloeiwijze Armbloemig look

Het is een soort die begin vorige eeuw is ingeburgerd/aangeplant in Nederland. Armbloemig look is inheems in de Kaukasus, in de bergen van Iran en Turkmenistan.
Verspreidingskaartje laat zien dat in Nederland de soort aan de kust veel te vinden is in lichte loofbossen waaronder parken en bossen van buitenplaatsen en verder stinzemilieu's.
Deze standplaats voldoet daar helemaal aan. Er is er echter nog één vond ik op de verspreidingsatlas. Al met al zijn het niet veel groeiplaatsen in het oosten van het land.

Armbloemig look

Bloeiwijze Armbloemig look
Opvallend aan de bloeiende planten is dat het witvliezige omwindsel open scheurt in twee brede delen en tijdens de bloei aanwezig blijft. Verder de warrige habitus als er meerdere planten vlakbij elkaar groeien.

Armbloemig moet letterlijk opgevat worden als weinig bloemen hebbend. Dat klopt ook wel, meeste Allium soorten hebben rijkbloeiende bloemen en vele broedknollen. Vergelijk het maar eens met Kraailook. Armbloemig look heeft een aantal kleine, ronde broedknollen met meestal 1 witte klokvormige bloem met een onduidelijke groene streep.

Gerrit

maandag 16 maart 2020

Minilandschapjes op de muur

Gewoon muursterretje, Kandelaartje, Gewone hoornbloem en Liggende vetmuur
Gewone hoornbloem, Gewoon muursterretje en Liggende vetmuur
Eind van de winter; de eerste laagblijvende bloemen bloeien en de mossen hebben kapsels. Wat een genot is het dan om eens stil te staan bij een muurtje. Zeker de muurtjes die wat met rust worden gelaten.

Gewoon muisjesmos
Wat is er dan allemaal te zien? Met een beetje geluk het Kandelaartje (Saxifraga tridactylites). De mini steenbreek van Nederland. 2-15 cm hoog, op de foto hierboven, nauwelijks 3 cm hoog. Een inheemse steenbreek die gebonden is aan een neutrale tot kalkrijke bodem. In Deventer vrij veel te vinden op diverse bruggen, vluchtheuveltjes en op een randje kalkrijk zand op de Snipperling. Vol met klierharen en drievingerige blaadjes.
Verder is het mogelijk om diverse veel voorkomende soorten te vinden, maar dan in miniatuur vorm. Vroegeling (Draba verna), Gewone hoornbloem (Cerastium fontanum subsp. vulgare) en Liggende vetmuur (Sagina procumbens). Verder diverse soorten mossen, zoals Gewoon muursterretje (Tortula muralis), Gewoon muisjesmos (Grimmia pulvinata) en diverse andere soorten mossen en korstmossen waar ik de naam niet van weet.
Als je je wat verder in die kleine landschapjes gaat verdiepen is er nog een hele lijst aan soorten mossen, korstmossen en hogere planten toe te voegen. Kijk dus gerust eens naar zo'n muurtje. Die op ooghoogte zijn het prettigst om mee te beginnen.
Vroegeling, Gewoon muursterretje